“Wakker worden, anders ga ik echt zingen hoor!”

Vandaag B geappt: “Morgen om 14:00 kom ik weer langs 🙂 ok?” B reageert: “ik weet niet of ik wakker ben”. Met humor probeer ik toch de afspraak door te laten gaan en schrijf: “Ik zing wel een liedje door je brievenbus, dan word je wel wakker. Tot morgen!”

Met het onderzoek ‘Bemoei je er buiten’ wil Sherpa in beeld brengen wat collega’s doen als zij ondersteuning geven aan cliënten die het soms lastig vinden om ondersteuning te ontvangen. De zogenaamde “Zorgmijdende cliënten”. Ze kunnen soms letterlijk de deur dichthouden of alleen onder strikte voorwaarden van henzelf begeleiding ontvangen of informatie delen. Onderzocht wordt of een deel van de kennis van deze collega’s die wel binnen komen, overdraagbaar is zodat Sherpa haar medewerkers beter kan faciliteren. Want begeleiders die het lukt een gesloten deur te openen en in contact te komen, hebben een cliënt echt iets te bieden. Zij sluiten op een manier aan bij de cliënt, waarbij hij zelf de regio houdt.

De volgende dag reageert B niet op de bel. Na drie keer bellen twijfel ik of ik op de bel moet blijven drukken. Ik weet dat ik daarmee zijn humeur kan verpesten en onze afspraak kan vergeten. Ik wacht 5 minuten en bel dan nog een keer aan. Ik ben niet van plan om weg te gaan, maar voel wel wat frustratie als ik na 20 minuten proberen koud en natgeregend ben. Ik roep zijn naam door de brievenbus en zeg: “Wakker worden anders ga ik echt zingen hoor!”. En dan gaat eindelijk de deur open. Mijn geluk is echter van korte duur, want hij kruipt op de bank en gaat verder slapen! Wat nu?

Ik voel me wat onthand, zittend naast een slapende B. Hoe krijg ik hem wakker? Moet ik hem wel wakker maken? Moet ik nu gaan of blijven? Zijn tafel ligt vol met afwas, etensresten, zakjes etc. Ook liggen er bergen lucifers. Terwijl er allerlei gedachten door mijn hoofd vliegen, begin ik met de lucifers te spelen. Ik leg in lucifers zijn naam op tafel, misschien leuk voor als hij wakker wordt. Ik zeg nog een keer kort en duidelijk dat hij wakker moet worden. Er gebeurt niets.

Ik bouw nog maar een toren van de lucifers en overleg met een collega wat ik zal doen. Ik besluit om te gaan, trek mijn jas aan en zeg: “Dag B, maak jij mijn toren af?” Zijn ogen gaan open: “Welke toren?” Ik zeg: “Mijn Jenga bouwwerk”. Hij kijkt en ik wacht zijn reactie af. Nu moet ik geduld hebben en niets zeggen. Hij gaat rechtop zitten en ziet zijn naam. “Wat leuk mijn naam!”, zegt hij. “Maar dat bouwwerk lijkt nergens op”.

Ik moet even schakelen en zeg dan dat ‘t zo hoort, omdat je zo moeilijk de lucifers uit de stapel kan trekken. Ik laat het hem zien. Dan wil hij het ook proberen. Ik leg uit dat wie de stapel om laat vallen verliest. Nu heb ik zijn aandacht. Samen spelen we het spel Jenga in alternatieve versie. Hij wordt steeds enthousiaster! Na het spel kunnen we samen aan de slag. Ik besef me dat hij sociaal-emotioneel erg jong is en dat ik dus vaker spelletjes met hem moet doen om contact met hem te maken. Eigenlijk zo eenvoudig. Aansluiten bij zijn belevingswereld en minder op de te behalen doelen…

P.S: B had de nacht overgeslagen vanwege een nieuwe game.

In verband met privacy is de schrijfster anoniem.